opmerkingen? print deze pagina search
home
03.02.2006 » In de ban van de zomer

Hali hallo hallemaal,

Hier zijn we nog eens. Ik weet niet of het echt de moeite loont om jullie winterslaap er effe voor te onderbreken. Het is maar om te zeggen dat ik waarschijnlijk weer gelijk heb , dus eigenlijk niet zo speciaal. Maar als we dan toch bezig zijn, zou ik wel ineens van de gelegenheid gebruik willen maken voor het weergeven van de grote krijtlijnen van de nakende sportzomer (jaja, nog heel eventjes en dan is het zo ver!).

Laten we beginnen met het begin. Op een mooie winterdag gebeurde het dat ik aan het bladeren was in het “International Journal of Sports Medicine”, een onafhankelijk blad zoals Humo, maar dan nog iets droger (hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt) en minstens zo gezaghebbend (te weten 569.80 EUR voor een jaarabonnement van 11 nummers van ca. 80 blz.). Viel mijn oog daar op het volgende abstract:


The consequences of swim, cycle, and run performance on overall result in elite olympic distance triathlon.
Int J Sports Med. 2006 Jan;27(1):43-8.

VLECK VE (1), BURGI A (2), BENTLEY DJ (1,3).


(1) Department of Human and Health Sciences, University of Westminster, London, United Kingdom
(2)Trainerbildung Swiss Olympic, Magglingen, Switzerland
(3) Health and Sport Sciences, Department of Medical Science, University of New South Wales, Sydney, Australia


nieuws img
Lausanne


This study examined the consequences of performance in swim, cycle, and run phases on overall race finish in an elite “draft legal” Olympic distance (OD) triathlon. The subjects were 24 male athletes grouped by rank order into the top 50 % (n = 12) and bottom 50 % (n = 12) of the race population. Swimming velocity (m • s-1), cycling speed (km • h-1), and running velocity (m • s-1) were measured at regular intervals using a global positioning system, chip timing system, and video analysis. Actual rank after each stage and overall was obtained from the race results and video analysis. The top 50 % athletes overall swam faster over the first 400 m of the swim phase (p > 0.05). Their swim ranking was lower (p < 0.01) than the bottom 50 % athletes after this stage. There were no significant differences in actual race position between the groups after the cycle. However, the bottom 50 % athletes after the swim stage cycled faster (p < 0.01) at 13.4 km of the cycle. Speed at 13.4 km of the cycle stage was inversely correlated (r = 0.60, p < 0.01) to running performance. Performance (rank and velocity) in the running stage was highly correlated with overall race result (r = 0.86 and - 0.53, respectively, both p < 0.01). It appears that inferior swimming performance can result in a tactic that involves greater work in the initial stages of the cycle stage of elite OD racing, and may influence subsequent running performance.


Verderop in het artikel wordt gespecifieerd dat het ging om 24 mannelijke triatleten, met een ITU-ranking tussen 2 en 376 ten tijde van het onderzoek, dat plaatsvond op een onvervalste zomerdag, ter gelegenheid van de wereldbekerwedstrijd (WB, International Triathlon Union) in het Zwitserse Lausanne op 31 augustus 2002. Effe grasduinen leert ons dat Filip Ospaly (CZE) 6” sneller was dan Greg Bennett (AUS), Andrew Johns (GBR) nog eens 28” later het podium vervolledigde, en onze Axel Zeebroek als enige Belg in de wedstrijd als 30ste over de streep liep.

Laten we ervan uitgaan dat het een typische WB-wedstrijd betrof, zoals er 13 zijn in een dozijn: de cr?me de la cr?me van het triatlon geeft rendez-vous en de wedstrijd ontrolt zich volgens een klassiek scenario. Iedereen die het wereldbekercircuit een beetje volgt zal dan allicht aan het bovenstaande abstract het gevoel overhouden dat er open deuren worden ingetrapt. Onze kleine teen weet immers dat: (1) (ook) op dat competitieniveau het verschil gemaakt wordt in het zwemmen, (2) de net iets mindere zwemmers er alles zullen aan doen om de kloof met de leiders zo snel mogelijk te dichten in het fietsen, (3) dat ze naar het einde toe, wanneer ze er niet langer in geloven, het tempo misschien een beetje zullen laten zakken, (4) dat het uiteindelijk ook de topzwemmers zijn die (nog) het snelste zullen (willen) lopen (motivatie versus fysiek?), en (5) de allersnelste loper wint (met enkele hondersten van) seconden.

Het gebeurt echter niet elke dag dat er ook statistiek wordt losgelaten op een triatlonwedstrijd. Het lijkt nodeloos ingewikkeld omdat het onze indruk bevestigt, maar het is ooit al anders geweest: er zijn nog voordelen aan statistiek – toegegeven. Er zit echter een addertje onder het gras: de cijfers zijn steeds voor interpretatie vatbaar. Het is zeer verleidelijk om causale verbanden te gaan leggen, en het zou me niet verbazen dat auteurs in kwestie in de val zijn getrapt wanneer ze besluiten dat “inferior swimming performance can result in a tactic that involves greater work in the initial stages of the cycle stage of elite OD racing, and may influence subsequent running performance” (cfr. abstract). Hierbij wordt er dus vanuitgegaan dat hard fietsen het daaropvolgende lopen nadelig be?nvloedt. Me dunkt dat de auteurs hierbij iets teveel hun eigen buikgevoel (en dat van de goegemeente) hebben gevolgd, en de cijfers iets te weinig voor zich hebben laten spreken. Misschien hebben de onderzoekers zichzelf in hun conclusie ook een beetje laten (mis)leiden door de manier waarop ze de analyses hebben uitgevoerd. Wanneer de 24 triatleten in 2 (relatief arbitraire) groepen worden opgesplitst en op die manier onderling t.o.v. elkaar worden afgewogen, dan kunnen de cijfers een andere indruk genereren dan wanneer de wedstrijdgegevens met een continu? eerder dan met een subgroep-analyse worden verwerkt. Nochtans hebben de wetenschappers zich ook van eerstgenoemde methode (waarbij men de groep als ??n geheel analyseert) bediend, en ze laten dus ook de volgende merkwaardige zin optekenen: “There was no significant correlation between the average speed during the bike stage and the average velocity (r= -0.03) or rank (r= 0.09) during the running stage.” Hierbij werd niet alleen de groep atleten als ??n geheel geanalyseerd, ook de ganse fietsproef (cfr. “average speed during the bike stage”) werd in rekening gebracht. Hoedanook, het past in elk geval al een beetje beter in het kraam van historische uitspraken waarmee de Rosse Raket hier kwistig omspringt. Voor de mietjes vallen we gaarne effe in herhaling: “De ‘grootte van de motor’, als resultaat van de voorafgaande trainingsjaren, is vermoedelijk bepalend voor de loop- en globale triatlonprestatie, eerder dan de onmiddellijke voorafgaande inspanning bij zwemmen of fietsen” (“Nieuws van het Triatlonfront”, 09-10-2005). Quod erat demonstrandum, uiteraard nog altijd een klein beetje. Ik houd mijn Humo’s in de gaten en jullie op de hoogte van verdere evidentie !

nieuws img
Almere


In de hoop dat jullie ondertussen niet opnieuw in slaap zijn gevallen, zou ik nog effe willen doorbomen op mijn triatlonplannen. Het is buiten kouder dan ooit, en de intensiteit waarmee we dromen van de zomer is meestal omgekeerd evenredig met de buitentemperatuur. Ook ik heb me derhalve aan een eerste wedstrijdkalenderversie gewaagd. Als alles naar wens verloopt, zou het kunnen dat ik mijn triatlonseizoen als volgt vul:


(12 maart BK veldlopen Oostende)
1 mei BK ploegen 1/8 Wachtebeke
14 mei SP + BK 1/8 Geel
28 mei SP 1/4 in Meerhout (of “de” 20K van Brussel)
4 juni SP 1/4 Leuven
18 juni BK + SP 1/2 Brasschaat
1 juli NK 1/4 Stein (Ned.) (of 2 juli recrea 1/4 Sint Martens Latem, of MH Classic A’pen)
9 juli SP 1/4 Kortrijk
14 juli 16 juli recrea 1/3 Aarschot (of 15 juli ITU 1/4 Holten (Ned.))
21 juli SP 1/4 Vilvoorde
30 juli BK + SP 1/4 Antoing
6 aug SP 1/2 Eupen
13 aug recrea 1/4 Lommel
20 aug SP 1/4 Weiswampach (Lux.) (of 26 aug EK lange afstand (4-120-30) Almere (Ned.))
6 sept recrea 1/4 Zwin-triatlon
15 sept 1/4 Mechelen
(9 okt marathon Eindhoven (Ned.))


In wederzijds overleg met mijn sponsor AA-Drink zal ik aan minstens 6 SP-wedstrijden deelnemen, en ook dit jaar wordt een constant seizoen met hoogstaande prestaties ??n van mijn twee hoofdbetrachtingen. Daarnaast wordt het een doel op zich om mij voor het eerst in mijn sportieve carri?re te kwalificeren voor een Europees Kampioenschap, en wel dat van de “Lange Afstand” (4-120-30km), eind augustus in het Nederlandse Almere. Dat impliceert meteen dat ik nu z?ker zeer sterk voor de dag zal moeten komen in de halve triatlon van Brasschaat, de wedstrijd waarop ik mijn zinnen gezet had nog v??r ik er lucht van kreeg dat die als (??n van de) beoordelingswedstrijd(en) voor het EK zou gelden.

nieuws img
Oostende

Op lichamelijk-conditioneel vlak heb ik er op deze moment van het jaar al veel en veel slechter voorgestaan, maar we blijven hout vasthouden (en zeker onze hamstrings). Beter dan wie ook weet ik dat blessures steeds in een klein en onverwacht hoekje zitten, en dat dagdagelijks de grootste omzichtigheid geboden is. Ik zit alvast op schema met het plan dat ik in mijn hoofd heb voor volgende zomer. Vooraleer het zo ver is, zijn er echter nog verschillende, extra-sportieve katten te geselen. Hoewel mijn prestaties eerder het omgekeerde suggereren, lijkt het er wel op alsof ik elk jaar steeds meer mijlen verder verwijderd raak van een prof(atleten)bestaan. Van zelfs maar 5’ niet-weten-wat-doen kan ik alleen nog maar dromen (van niet-weten-waaraan-eerst-te-beginnen daarentegen nog des te minder). Stefanie kan er ondertussen van getuigen; ik hoop dat ze het nodige begrip nog af en toe kan blijven opbrengen...

Zonder kleerscheuren neem ik alvast ook deel aan het Belgisch Kampioenschap veldlopen, op 12 maart in Oostende. Dat lijkt mij een uitstekende gelegenheid om hier opnieuw iets van mij te laten horen.

Tot dan !
De man met momenteel evenveel haar op de benen als op de kruin groet U.

 

Bookmark and Share

 

naar boven


e-visible {new media solutions}