opmerkingen? print deze pagina search
home
13.06.2011 » Schoonheid

Beste Vrienden,

De geschiedenis zal zich in bepaalde opzichten blijven herhalen. Het universum wordt nu éénmaal geregeerd door enkele wetmatigheden. Eén van die zekerheden is m.i. dat een paar keer flink op uw bakkes gaan onontbeerlijk is om goed in iets te worden. Ik ken daar weinig of geen uitzonderingen op. ‘Tegenslag’ blijkt vaak de meest kostbare les die men zich kan wensen.

nieuws img


Mijn vierde tenniswedstrijd en tevens – objectief gezien – zware nederlaag is ondertussen een feit. Toch denk ik goed bezig te zijn. Mijn techniek en balgevoel gaan er ontegensprekelijk nog steeds op vooruit. Bij de opwarming en bij het eerste spelletje van een wedstrijd, wanneer er niets te verliezen valt, speel ik zelfs beter dan mijn tegenstrever, maar dan verlies ik mijn spontaneïteit. Mijn techniek is nog onvoldoende om op automatische piloot te spelen. Als de tegenstrever dan ook nog zachte ballen begint te kloppen, waarbij je een zee van tijd hebt om na te denken op welke van de 101 mogelijke manieren je zelf gaat terugspelen – kort/ver, zacht/hard, gekruist/rechtdoor, backhand/forehand, enz. – dan maak je de ene ‘unforced error’ na de andere.

Mijn techniek is ook nog onvoldoende, laat staan het vertrouwen in mijn eigen techniek, om mijn eigen spel op te leggen aan de andere. Ondertussen versta ik dus ook wat commentatoren daarmee bedoelen. Als ik daartoe in staat was – en ik weet echt niet wanneer die dag zal komen – om keihard (terug) te kloppen, dan zou de tegenstrever mijn spel moeten ondergaan. Voorlopig gebeurt dus nog het omgekeerde. Dit zijn echter zaken die je alleen maar kan leren door wedstrijden te spelen. Defensief spelen is nu éénmaal iets wat nauwelijks gebeurt op training, zelfs niet op oefenwedstrijdjes, laat staan dat je weet hoe je als tegenstrever daarmee moet omgaan.

Voorlopig heb ik me ook nog niet bekeerd tot defensief tennisspel, en ik vrees dat dit niet in de aard van het beestje ligt. Zo leef ik niet. Ik ben na 4 proefondervindelijke decades nog altijd van oordeel het verder te kunnen schoppen met ‘je nek uitsteken’, ook al moet je ‘schoppen’ er dan soms ook wel bijnemen.
Ik zal ook nog wel een tijdje lessen blijven nemen. Ze zijn namelijk nuttig om bij de les te blijven. Het lijkt me zinvol dat er nog af en toe iemand op je vingers tikt zolang je de juiste techniek niet beheerst. In mijn opinie is een perfecte techniek noodzakelijk op langere termijn. Met een zelf aangeleerde ‘potteke stamp’-stijl kan men misschien wel een paar klassementen stijgen, maar dan stopt het. Het is ofwel esthetisch en efficiënt, ofwel niet esthetisch en niet goed, maar nooit vloeiend en inefficiënt. In tennis word je niet zoals in gymnastiek gescoord op je uitvoering, maar onrechtstreeks wél. Alle betere spelers spelen mooi. Ik denk dat je daar zelfs geen geoefend oog voor nodig hebt. Iedereen heeft een oog voor elegantie. Schoonheid heeft iets universeels, net zoals hogergenoemde wetmatigheden.

nieuws img


“Sport is an art”, zo herinner ik mij uit mijn jeugd de slogan van het sportmerk Reebok. “Sport is art”, lijkt nog steeds één van de slogans van Nike. Sport lijkt me inderdaad kunst. De ene sport misschien al een beetje meer dan andere, afhankelijk van de technische component. Waar eindigt kunst en waar begint sport? Aan sport doen is in essentie kunst bedrijven, misschien afhankelijk van de lichamelijke component. Aquarelleren is misschien meer kunst dan sport, en voor lopen geldt waarschijnlijk het omgekeerde. Toch zie je al snel of iemand ‘geroutineerd’ is in deze of gene activiteit, want ze zijn allemaal onderhevig aan ‘the 10-year rule’ of dus ‘the theory of deliberate practice’ (die stelt dat het 10.000 trainingsuren vergt alvorens iemand ‘expert performance’ verwerft).

Op een nachtelijk moment van decompressie na een vermoeiende werkdag belandde ik onlangs in de zetel voor televisie, en ik zapte naar de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang. Het was Hwang Insu die er aan zijn finale bezig was. Ik heb letterlijk geen noot verstand van muziek, maar toch vond ik het ronduit prachtig. Wat die kerel daar ten berde bracht is topsport. Daar gaat keiharde en jarenlange training aan vooraf. Die wetenschap maakt zo’n opvoering eens zo schitterend. Het is even inspirerend en soms zelfs ontroerend om triatleten te zien presteren wetende waarvan ze komen en welke weg ze hebben willen afleggen. Die achterliggende wilskracht en psychologie maakt sport nog steeds boeiend voor iemand die in bepaalde periodes geen trainingsschema’s meer kan zien of rieken. Het esthetische aspect en de zoektocht naar virtuositeit maakt ook het zelf beoefenen van sport nog steeds fascinerend.

Zoals ik onlangs één van onze meest prominente kunstenaars, Jan Fabre, nog hoorde zeggen: “ik ben een dienaar van de schoonheid”, denk ik dat we daar nooit ongevoelig voor worden. Schoonheid is vitaliteit en vruchtbaarheid. Schoonheid is onsterfelijkheid. Schoonheid is leven. Schoonheid is flow. Sport is een ingangspoort.

 

Bookmark and Share

 

naar boven


e-visible {new media solutions}