opmerkingen? print deze pagina search
home
22.05.2011 » Geschiedenis

Beste Vrienden,

We zijn ondertussen 3 weken en reeds evenveel tenniswedstrijden verder. Eigenlijk zijn we reeds 3 tornooien verder, maar elk tornooi was voor ondergetekende reeds in de eerste ronde afgelopen. Hoe kijkt ondergetekende daar ondertussen op terug?

Tornooi A, te Langdorp, tegen ‘speler a’, 35 jaar: verlies met 6-0, 6-1. Het was de eerste keer in competitieverband, en ik was op voorhand toch wel vrij zenuwachtig. Van de match zelf heb ik genoten. Ik speelde op mijn niveau. Ik maakte geen technische ‘flaters’, maar ik kon op mijn eigen opslag nog veel te weinig rekenen en ik heb mijn wedstrijd dan ook met heelwat dubbele fouten verloren.

Tornooi B, elders te Langdorp, tegen ‘speler b’, 15 jaar: verlies met 6-0, 6-2. In de eerste set werd ik van het kastje naar de muur gespeeld: deze tegenstrever was op technisch vlak verschillende klassen sterker, en ik wed er ook voor dat hij – als hij tegen die tijd tenminste nog tennist – binnen enkele jaren verschillende klassementen zal gestegen zijn. In de tweede set kreeg ik vanuit tactisch standpunt wel wat meer zicht op zijn spel, en daar heb ik mijn voordeel mee kunnen doen. De eindstand was correct.

Tornooi C, te Haacht, tegen ‘speler c’, 27 jaar: verlies met 6-0, 6-0. Deze speler had nog maar onlangs (weliswaar in drie sets) de maat genomen van ‘speler b’, dus ergens is het logisch dat ik nog zwaarder zou verliezen van deze ‘speler c’. In onze categorie (der laagst geklasseerden: C+30/4 en lager) was hij ook ‘eerste reekshoofd’ van het betrokken tornooi. Het is echter de eerste wedstrijd waarvan ik ontgoocheld ben in mezelf, en eigenlijk had ik van mezelf ook niet verwacht dat ik reeds ontgoocheld van een tenniswedstrijd zou kunnen terugkeren. Ik speel nog maar 8 maand tennis, en ik ga naar wedstrijden om bij te leren eerder dan om te winnen, maar dat wil niet zeggen dat ik me zomaar ga laten inblikken. Ik rook reeds bij de (korte) opwarming een kans om mijn eigen slag te slaan. Misschien werd ik hierdoor juist een beetje teveel ‘resultaatgericht’ (teveel ‘willen winnen’) zonder voldoende ‘taakgericht’ te blijven: dat is natuurlijk fataal in een technische sport als tennis. Waarschijnlijk begon ik iets te krampachtig te spelen, en bovendien heb ik verschillende keren werkelijk flaterslagen geproduceerd. Het was waarschijnlijk een combinatie van beide factoren dat het objectief en subjectief uiteindelijk mijn slechtste match werd. Ik kan me maar 1 rally herinneren waaraan ik plezier heb beleefd. Mijn motoriek was slecht. Noch mijn forehand, noch mijn backhand, noch mijn opslag was wat het de laatste weken op training was. Dat laatste is ook nog niet wat het zou ‘moeten’ zijn, maar dus wel wat het reeds zou ‘kunnen’ zijn.

Er was slechts 1 positieve noot op mijn jongste match, die vandaag doorging: mijn hamstrings lieten tennissen (nog net) toe. Jawel, mijn beste vrienden van de jongste 6 jaar hebben afgelopen week opnieuw te kennen gegeven dat de grens van de belastbaarheid bereikt was. Enkele dagen geleden bleek zelfs mijn rustige duurloop van 1u20’ uiteindelijk 10’ te lang. Ik voelde de spanning aan de achterzijde van mijn rechterbeen geleidelijkaan oplopen en 2 km voor ik thuis was stond ik geparkeerd met spierkramp tot achter mijn oren. Na enkele nachten erover geslapen te hebben, denk ik dat het ook weer – waarschijnlijk zoals in vele medische situaties – een samenloop van omstandigheden is geweest. De versterkende oefeningen voor mijn hamstrings ben ik na 'stressfractuur nummer 6' van 2010 onbewust uit het oog verloren. Op fysiek vlak zit ik de afgelopen 2 weken duidelijk ook in een dipje: zo lijkt het o.a. bij het fietsen ook wel of alle kracht ‘ineens’ uit mijn benen verdwenen is. Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt: het is de laatste jaren in deze periode van het jaar nog zelden anders geweest. Het is de periode van het jaar dat er enkele ‘zorgen’ van mijn schouders vallen, en als de boog ontspant ziet de vermoeidheid niet zelden haar kans om toe te slaan. Het is ook al lang geleden dat ik mijn rug nog eens ‘onder handen’ liet nemen, en met al dat getennis is het misschien ook geen slecht idee om dat nog eens te laten gebeuren.

In elk geval is het niet aan de orde om volgende zondag te starten in de 20 km van Brussel. Als ik tegen die tijd al in staat ben om terug te lopen, dan is finishen zowaar nog een ander paar mouwen. Op basis van mijn ervaringen in de voorbije maanden is er minstens 95% kans dat mijn hamstrings opnieuw blokkeren als ik 20 km tegen de limiet wil lopen. Dat laatste is immers wat ik wil, en wat men van mij opnieuw verwacht. Ik kreeg voor de vierde opeenvolgende keer een bevoorrechte startplaats in de schoot geworpen, en dus heb ik die met veel plezier terug aangenomen. Vier jaar geleden viel mijn (toenmailige) droom aan diggelen door 'stressfractuur nummer 5'. Vorig jaar kon ik deelname ook ei zo na op mijn buik schrijven door een stel gescheurde ligamenten in mijn enkel. Karel Pardaens en de 20 km van Brussel: het lijkt geen geweldig huwelijk. Karel Pardaens en voorjaarswedstrijden: het lijkt de jongste jaren geen geweldig huwelijk. Karel Pardaens en loopwedstrijden: kan het geweldige huwelijk van weleer nog ooit opnieuw gered worden? De kans is in elk geval klein dat ik nog eens inga op het aanbod om ‘Brussel’ vanop de eerste rij te mogen meemaken. Ik heb het meegemaakt en op dit vlak mijn tijd gehad. Alles heeft zijn tijd, en dat geldt ook voor de geschiedenis op zich. De geschiedenis heeft zichzelf op bepaalde vlakken voldoende herhaald.

Hij die verdertraint om de geschiedenis een andere wending te geven groet u.

 

Bookmark and Share

 

naar boven


e-visible {new media solutions}