opmerkingen? print deze pagina search
home
09.06.2008 » Willen is kunnen

Na de stelling van Pythagoras is het dan nu tijd voor de stelling van Pardaens. Mét wiskundige bewijsvoering ! Mijne beste vrienden-boekhouders en ?ingenieurs, zet u schrap !

Na drie stressfracturen in het bekken (1994, 1998, 1999) en één in de middenvoet (2004) heeft de Rosse Raket het voor de 5de keer gekunnen ? hij lijkt wel even broos als snel.
Dé vraag die op ieders lippen brandt is echter: ?hóe heeft hij dat ? en op die plaats in zijn bovenbeen ? in Godsnaam toch weer voor elkaar gekregen?!??

Stressfracturen zijn op zich niet zo zeldzaam. Uit een recente studie van Ivkovic en medewerkers (2006) blijkt dat 10% van àlle sportblessures stressfracturen zouden zijn. Dit werd ook vanmiddag nog mooi geïllustreerd in het zwembad Sportoase te Leuven: 1 baan werd uitgerekend bevolkt door Wannes Swinnen (topsportschool triatlon; stressfractuur middenvoet), Nico Huyberechts (topduatleet; stressfractuur scheenbeen) en ondergetekende (naam en blessure u ondertussen voldoende bekend) ? spijtig dat Olympiaganger-in spe Peter Croes (stressfractuur hielbeen) ook niet juist aan het trainen was.
Het klopt dat stressfracturen in de schaft van het dijbeen (femur, voor de ingewijden) niet zo frequent voorkomen: van de hogergenoemde 10% zou slechts 2.8 à 7% zich daar bevinden. Marc Geerts, die nu het WK triatlon in Vancouver meemaakt, maakte ?het? 2 jaar geleden echter ook al eens mee.

Los van de locatie is het principe van elke stressfractuur net hetzelfde en ogenschijnlijk zeer simpel: ?overbelasting?.
?Training? is op zich een spel van ?belasting? en ?belastbaarheid?: het komt erop aan om de belastbaarheid van het lichaam (en alle ?onderdelen? ervan) geleidelijkaan (over de weken, maanden en jaren heen) te doen toenemen. Dit gebeurt door een geleidelijke toename van de belasting waaraan we het lichaam blootstellen. Wanneer het lichaam teveel trainingsprikkels binnen een bepaalde tijdsspanne te verwerken krijgt, doen er zich ?overbelastingsblessures? voor. Mannen die tot vóór hun legerdienst niet gewoon waren te marcheren en dat dan ineens dagenlang wél moeten doen, vormen een risicopopulatie voor stressfracturen in de voet. Dat ?overbelasting? dus een relatief begrip is, hoeft weinig betoog. Dat ?overbelasting? een wel zéééééér relatief gegeven is, zal vanaf heden de geschiedenis ingaan als de stelling van Pardaens.

Ik nodig u uit om even stil te staan bij onderstaande grafiek. Hij weerspiegelt mijn trainingsarbeid in de 8 weken voorafgaande aan de marathon van Amsterdam (augustus-september-oktober 2007, links in de grafiek) en de 8 weken die voorafgingen aan mijn meest recente kunstje (maart-april-mei 2008, rechts in de grafiek).

nieuws img


Vooraleer mijn stelling verder te onderbouwen, wil ik eerst de ingewijde critici onder u meteen de woorden uit de mond nemen en mezelf op de korrel nemen. Het klopt namelijk dat de afwisseling van ?trainingsweken? en ?relatieve rustweken? meer tot uiting zou kunnen (en misschien ook zou moeten) komen. In de aanloop naar de marathon is dit echter wel (en zelfs in uitgesproken mate, zie ook eerder op deze website) van toepassing op het lopen. Gezien lopen veel makkelijker tot overbelastingsletsels leidt dan zwemmen of fietsen heb ik me misschien teveel daarop blindgestaard: de ?algemene conditie? (i.t.t. de conditie van pezen, spieren en botten van de onderste ledematen) kreeg door deze opvolging van volumineuze weken misschien te weinig kans om te verbeteren en dus ook om een optimale prestatie te leveren. Ik denk echter niet dat een dergelijke focus hoeft te verwonderen voor iemand met een verleden met maar liefst 3 (drie) van de zowat ernstigste stressfracturen die er mogelijk zijn.

In de weken die voorafgingen aan mijn dijbeenbreuk werd de ?trainingswet van de progressie? anderzijds wel gerespecteerd, en wat de staafjes niet weerspiegelen is dat de trainingen typisch geconcentreerd werden in de (verlengde) weekends (vb. O.H.H.), en dat de ?relatieve rust? plaatsvond onder de week. Het was tenandere ook niet de bedoeling dat ik op het moment van de fractuur (ontstond plots, tijdens het lopen) op mijn beste was. Integendeel, diezelfde ?sombere? Pinkstermaandag was voorzien als laatste dag van enkele zware trainingsweken, om daarna nog 2 weken te taperen in aanloop naar achtereenvolgens de 20 km van Brussel, de halve triatlon van Leuven en de driekwart van Stein.
Vergeten we tenslotte ook niet dat het zeer moeilijk is (en al helemaal afwezig in bovenstaande figuur) om de intensiteit van de trainingen weer te geven. Hoe verhoudt zich vb. één lange fietstraining van 180 km t.o.v. 3 fietstrainingen van 60 km, en hoe groot is de ?belasting? van zo?n fietstraining van 180 km t.o.v. een ?intensieve? looptraining van in totaal 18 km met intervals op de piste ? zowel naar het algemene conditionele herstel toe (uithoudingsvermogen) als naar het specifieke herstel van bepaalde onderdelen van de ?carrosserie??

Als ik trainingstechnisch dan al in de fout ging in zowel na- als voorjaar, dan is het toch leuk om bij deze gelegenheid te merken dat er ? in theorie ? nog steeds progressie kan gemaakt worden. Het ? eeuwige? ? probleem van sommige mensen is echter dat ze niet gemaakt zijn om stil te zitten, en dat ze ten allen tijde de pathologische behoefte voelen om op de één of andere manier het onderste uit de kan te halen. Wie temt de rusteloze Rosse Raket?!? Hij was wat dat betreft in zijn eerste (ietofwat serieuze) triatlonjaren onder de hoede van (niemand minder dan) leermeesters Pieter Timmermans en Reinout Van Schuylenbergh al weinig handelbaar, en er is vrezen voor dat hij zichzelf ook nooit zal kunnen coachen volgens de boekskes. Want het is allemaal zo relatief. Alle cijfers zijn zo relatief en op Pinkstermaandag heb ik het ? nog maar eens ? ?aan den lijve? mogen ondervinden. Er zijn bijna geen woorden voor. Er zijn bijna geen woorden om de relativiteit van de cijfers te onderstrepen. In het najaar liep ik probleemloos weken van 130-140 km, in het voorjaar crashte ik na ochotocharme 2 weken die met 70 en 80 km maar net boven mijn weekgemiddelde uitstegen.

We proberen de ?belasting? in het trainingsproces te kwantificeren, maar we houden ons eigenlijk voornamelijk slechts bezig met het trainingsvolume. De trainingsintensiteit is al veel moeilijker te vatten en te visualiseren. De bijkomende ?fysieke? belasting van een ?zwaar? beroep kunnen we zo mogelijk nog minder vatten. En wat is dan de lichamelijke impact van mentale factoren, de stress die mensen dagdagelijks ervaren? Zo we door objectivering van het aantal uren slaap al een klein beetje idee krijgen van iemands herstel, dan nog blijft het gissen naar diens belastbaarheid. Laat staan dat al deze cijfers ooit ook maar enige garantie vormen voor wat iemand ervan bakt op wedstrijd of carrière. Het is misschien net dat wat we ? zelfs de gedragswetenschappers/psychologen ? niet kunnen kwantificeren dat het verschil maakt tussen de toppers en de mindere goden.

De moraal van dit blessureverhaal is mijns inziens dan ook drievoudig:
1) cijfers zijn niet waardeloos, maar steeds met het nodige zout te interpreteren;
2) training blijft, ondanks jarenlange ervaring, in grote mate een ?kunst?: voor iedereen (en met name de niet-profatleten onder ons) die het beste uit zichzelf wil halen is het een voortdurende evenwichtsoefening tussen ?luisteren naar je lichaam? en in bepaalde periodes méér of juist minder doen dan je lief is;
3) wilskracht maakt het onmogelijke mogelijk. Willen is kunnen.

Hij die het gekunnen heeft groet u.

En toch. ?Ooit zal de dag komen dat jij kan beginnen lopen met de allereersten.? Het moet ergens van in het begin van mijn triatlonloopbaan, toen mijn zwemmen en zeker mijn fietsen nog op niks trok, geweest zijn dat een insider me dit toefluisterde. Ondertussen is mijn fietsen geëvolueerd, maar ook de tactiek van de concurrentie ? zelfs vorige week in Leuven nog; ik maak me geen illusies. Toch is de kans groot ? het is sterker dan mezelf ? dat ik volgend jaar terugkom, nog steeds op jacht naar die beloofde dag.

 

Bookmark and Share

 

naar boven


e-visible {new media solutions}