opmerkingen? print deze pagina search
home
19.07.2003 » Triatlon: een sport voor gebuisde lopers?

(bijdrage voor het blad van mijn atletiekclub, DCLA)

een uitgemaakte zaak
Net zoals de ?pistiers? van de atletiek maken ook de triatleten het mooie weer tijdens de Belgische zomermaanden. Het triatlonseizoen loopt in ons kleine landje van begin mei tot eind september. Naast enkele halve triatlons prijken hoofdzakelijk kwarttriatlons op de nationale kalender. Om eens van de volledige ?Ironman?-afstand te proeven, is men als Belg aangewezen op een buitenlands uitstapje. De kwarttriatlon, waarop de rest van mijn verhaal zich zal toespitsen, omvat achtereenvolgens 1500m zwemmen, 40km fietsen, en 10km lopen; onder deze vorm geldt triatlon sinds 2000 ook als Olympische discipline.

Vele DCLA?ers weten ondertussen waarschijnlijk wel reeds dat er enkele triatleten, waaronder Patrick Endels en ikzelf, zich in hun midden bevinden. Het gebeurt wel vaker dat tri- (en du)atleten zich aansluiten bij een atletiekvereniging. Ze houden zich dan voornamelijk in de wintermaanden onledig met wat veldloopjes, maar de meeste multisport-atleten lusten doorgaans ook wel een wegwedstrijd.

Is het looponderdeel in triatlon nu echt zo belangrijk? Wat is het loopniveau van de gemiddelde triatleet? En hoe zien de looptrainingen van een triatleet eruit? Kortom: wat hebben lange afstandslopers en triatleten met elkaar gemeen? Voor het geval sommigen van jullie het zich al eens afgevraagd hebben: hieronder volgt het sluitende antwoord op die prangende vragen!

Het belang van de derde discipline in de kwarttriatlon
Triatlon was voor mij een late roeping: pas op 26-jarige leeftijd, nu reeds 6 jaar geleden, nam ik deel aan mijn eerste recreatieve kwarttriatlons en startte ik met systematische zwemtrainingen. Eigenlijk heb ik van de nood een deugd moeten maken: als scholier en junior was ik actief in onze atletiekclub, maar door herhaald blessureleed (en anderzijds een hyperactieve natuur) werd ik aangewezen op het zwembad en de fiets om mijn overtollige fysieke energie kwijt te raken. Ondertussen heb ik al 2 maal een 6de plaats (2001, 2003) en een 7de plaats (2002) op het BK kwarttriatlon weten te versieren.
    Na een onderbreking van een 8-tal jaar, heb ik me afgelopen winter dan wel opnieuw aangesloten bij DCLA om me wat te kunnen uitleven in mijn eerste liefde, het veldlopen. In het Belgische triatlonwereldje geld ik namelijk als ??n van de snelste lopers, en ik was er derhalve ook wel een beetje op uit mij eens te meten met de loopspecialisten. Niet dat ik mij illusies maakte; ik had in de voorbije jaren nog wel enkele loopwedstrijden beslecht. Mijn stille vermoeden dat ???noog koning is in het land van de blinden?, werd tijdens het veldloopseizoen ook wel ten dele bewaarheid. In regionale veldcrossen kan ik wel eens op het podium stranden, en in een Crosscup word ik nog net niet gedubbeld, maar veel verder reikt mijn (veld)loop-palmares dan ook niet. Ik heb me dus al wel vaker een ?mislukt lopertje? gevoeld! Anderzijds heb ik ook nog wel wat fietskwaliteiten, en prijs ik mezelf gelukkig dat ik zo geen oersaai aquajog-ding nodig heb om in het zwembad boven te blijven!

actiefoto vanop de Crosscup in <br />
Roeselare (17-11-2002)
Het ziet er hoe langer hoe minder naar uit dat ?gebuisde lopers? aan de bak zullen komen in het moderne kwarttriatlon, nu ?stayeren? (?wieltjeszuigen?, in peloton rijden) toegelaten is. Op internationaal niveau (ITU-races) zijn de triatleten immers in grote mate aan elkaar gewaagd wat het zwemmen betreft, er wordt dan ?en bloc? op de tweede wisselzone afgestevend, en daar mondt de triatlon steevast uit in een regelrechte loopwedstrijd. En de beste loper wint; zo eenvoudig is dat!
Triatlon is echter nog een relatief jonge sport (ontstond eind jaren '70 op Hawaii), en zowel op structureel, organisatorisch als trainingstechnisch vlak zeker nog in volle evolutie. Ook de stayer-maatregel is nog maar enkele jaren van kracht. Dit heeft er weliswaar nu reeds toe geleid dat er zich, net zoals in het wielrennen, (professionele) "teams" beginnen te vormen. De ploegentactiek bestaat er dan in om zich ten dienste te stellen van 1 kopman en hem in de kop van de wedstrijd aan de start van de loopproef te brengen. De man die de klus moet kunnen afmaken is dus... de snelste loper!

Kunnen triatleten lopen?
Hoe hoog (of hoe laag) ligt het loopniveau nu van de betere triatleet? Het is moeilijk voor mij om daar cijfertjes op te kleven. Ik ben nauwelijks op de hoogte van de tijden die de (mannelijke) toppers lopen op training (laat staan van de kleine minderheid vrouwelijke triatleten). Voor zover ik weet, beperken de meeste multi-atleten zich overigens ook tot de triatlons; ze meten zich nauwelijks of niet met de loopspecialisten en/of op pistemeetings.
Ik heb mijn eigen prestaties al wel een beetje zitten vergelijken met die van de internationale elite. Ik schat dat de besten toch nog wel een dikke minuut sneller zijn op de afsluitende 10km, waarvoor ze doorgaans zo?n 31? ?rond? nodig hebben. Vermoedelijk zijn de snelste triatleten ? en die mannen hebben allerminst hertepootjes zoals de sprinkhanen uit de atletiek! ? in staat om onder de 30? te duiken bij een 10.000m op een piste en zonder voorafgaandelijk fietsen. Misschien komt de tijd nog wel dat ??nzelfde (tri)atleet op de OS deelneemt aan zowel het atletieknummer als aan de triatlon!
    Ik kan jullie ook nauwelijks eigen relevante pistetijden voorleggen. Als junior (meer dan 10 jaar geleden dus) liep ik nog een 1500m in 4'19", en de 3000m in 9'16". Recentelijk (begin juli 2003) kwam ik (weliswaar op het einde van een zware trainingsweek) in een 5000m aan 15?34?: dat lijkt dus niet veel beter dan wat ik er als junior van bakte. Anderzijds slaag ik er nu, als senior, w?l in, zowel in de wei als op de weg, om ereplaatsen bijeen te lopen. Een 10-tal jaar geleden was er geen ros haar op mijn hoofd dat er ook maar aan dacht om van een podium te gaan dromen. Ik was ? vooral letterlijk, maar ook figuurlijk ? een meelopertje. Ondertussen weet ik ook wel dat mijn kwaliteiten het beste uit de verf komen op langere afstanden. Zo bedraagt mijn PR over de halve marathon 1u10' 26? (2002): met zo?n tijd kan je op Vlaamse bodem al heelwat overwinningen binnenrijven! Een andere belangrijke vaststelling is ook wel dat ik over de eigenschap blijk te beschikken om gedurende lange tijd aan een hoog percentage van mijn maximale snelheid (die dus misschien nog wel relatief laag ligt) te blijven werken. Dat is ongetwijfeld ook een belangrijke voorwaarde om het te maken in de drievoudige duursport.
    Het gemiddelde loopprofiel van de circa 2000 Belgische triatleten is zeker en vast trager dan het mijne. In het algemeen kan je stellen dat je de triatleten van elkaar niet zozeer kan onderscheiden op basis van hun fiets-prestaties, maar de verschillen in het lopen en ook het zwemmen zijn des te opmerkelijker. Respectievelijk de zwemmers en de loopspecialisten hoor je dan ook regelmatig van de toren blazen dat het zwemmen en het lopen van (zelfs de betere) triatleten ?op niet veel trekt?, maar... iedereen mag anders altijd wel eens komen meedoen!

Triatleten op looptraining
Het probleem met triatlon is dat het een ?nogal? tijdrovende ?hobby? is: er dienen immers 3 disciplines geoefend te worden (en die 3 worden dan nog liefst een beetje op elkaar afgestemd...). Dit alles vergt niet alleen veel tijd, maar ook het nodige time-management (i.t.t. vb. het bos, is het zwembad geen 24/24u ?open?...).
Om de 3 disciplines een beetje op een deftige manier te kunnen trainen, is het bijna een must om er als (semi)prof mee bezig te kunnen zijn (en ook ik werk halftime, ook al is het triatlon (zelfs) voor mij niet lucratief). Eigenlijk dient men er zelfs verschillende jaren op die manier voor te leven, alvorens de noodzakelijke ?kwaliteit? (intervaltrainingen, e.d.) in de trainingen ge?ncorporeerd kan worden. Ook ik was geen uitzondering op de regel dat er verschillende jaren overgaan vooraleer de belastbaarheid van het lichaam aangepast is aan het hoge trainingsvolume. Nog m??r dan in eender welke andere sport, is in triatlon ?geduld? het sleutelwoord voor succes! Daartegenover staat dan weer dat het doorzettingsvermogen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid beloond wordt.
    Een triatleet van enig niveau traint al gauw een minimum (!) van 20u/week: daar kom je aan met vb. 15km zwemmen (stel: 3km/u = 5u/w), 300km fietsen (stel: 30km/u = 10u/w), en 60km lopen (stel: 12km/u = 5u/w).
Ik loop zelf gemiddeld zo'n 70km/week, vari?rend van 50 tot 100km/week, verdeeld over 3 tot 6 loopsessies, soms zelfs 2 maal op ??n dag. In mijn "topweken" als junior liep ik evenveel als wat ik nu gemiddeld wekelijks bijeenloop; toen was ik hoogstens een zondagszwemmertje, aquajoggen bestond nog niet, en ik had een koersfiets noch mountainbike... Ik hoef dan ook niet echt versteld te staan dat mijn jongste veldloopresultaten die uit mijn jongere jaren overtreffen (gezien mijn veel omvangrijker totaal trainingsvolume van de afgelopen tijd).
het podium (ikke 2de, samen met winnaar <br />
Koen Van Rie) in de (regionale) veldloop van Lennik (9-2-2003)
Eigenlijk zijn er meerdere verklaringen voor mijn toegenomen uithoudingsvermogen: (1) er is hoogstwaarschijnlijk een transfer van fietsen en zwemmen op het lopen (?cross-training?...!), en (2) bovendien ben ik ondertussen natuurlijk ook - op lichamelijk vlak toch ? "volwassen" geworden (nota bene ook 10kg zwaarder t.a.v. 10 jaar geleden!).
    De inhoud van de looptrainingen van mij (en andere betere triatleten) ziet er de laatste jaren grosso modo hetzelfde uit als in ?mijne jongen tijd?. Ik heb destijds de kneepjes van het atletiekvak geleerd bij Michel Jordens, en daar ben ik de voorbije jaren vaak dankbaar voor geweest wanneer ik op mezelf aangewezen was. O.a. een verstandige warming-up, incl. de ?d?bouleetjes?, heb ik nooit verleerd. Dit jaar heb ik me opnieuw bij de discipelen van Michel mogen vervoegen, en heb er op de groepstrainingen al meermaals mijn hartje kunnen ophalen. Het is wel niet altijd even eenvoudig, en vaak gewoonweg uitgesloten, om alle intervaltrainingen mee af te werken. In de toekomst zal ik, net zoals elke andere ambitieuze triatleet dat zal moeten, echter trachten om proportioneel meerdere intensieve looptrainingen in mijn schema op te nemen. Gezien het belang van het loopnummer op de kwarttriatlon, zullen we verplicht worden om meer trainingsaandacht te schenken aan het lopen - desnoods ten koste van de andere disciplines.
De belastbaarheid van het lichaam heeft dus echter enkele jaren ?maturatie? nodig vooraleer het ook dat intensievere loopregime ? bovenop de andere trainingen ? kan verwerken.
    Naast de gangbare looptrainingen, trainen de triatleten ook wel regelmatig de overgang van fietsen naar lopen, de zgn. ?koppeltrainingen?: een (intensieve) fietstraining die onmiddellijk gevolgd wordt door een (stevige) duurloop. Dit gaat dan als volgt:
vb. 1) 3u fietsen, waarbij gedurende het laatste half uur ?flink van katoen gegeven wordt? (zodat de benen zich herinneren dat ze op de pedalen geduwd hebben...), thuiskomen, fiets neergooien, loopsloefen aantrekken, en dadelijk 45' stevig doorlopen...;
vb. 2) na opwarming, 3 x (10km fietsen ? 2km lopen, beide aan wedstrijdtempo).
Dit soort wedstrijdspecifieke trainingen worden in de figuurlijke laatste rechte lijn naar de competitie in het programma opgenomen. Ze zijn dan vaak welkom en geestelijk verfrissend als afwisseling in het trainingsvoer, en zorgen er ook voor dat de geest van de atleet klaargestoomd raakt. Het is echter mijn eigen ervaring dat, naarmate men langer aan triatlon doet, zulke trainingen minder noodzakelijk worden, in die zin dat men de fiets-loop-overgang makkelijker verteert. Zo heb ikzelf dit soort trainingen in het afgelopen jaar nog nauwelijks bewust uitgevoerd; het is voor mij echter de gewoonste zaak van de wereld (en dus een tweede natuur) geworden om een looptraining af te werken nadat ik reeds eerder op de dag ben gaan fietsen (en/of zwemmen).

Ik, een ?hevig manneke van de langen adem? maar eerder gevoelig voor blessures, heb in triatlon de perfecte uitlaatklep gevonden. Gesteld dat mijn gestel het zou toelaten om mij uitsluitend op het lopen te focussen, dan nog weet ik niet of ik ervoor zou kiezen. Het afwisselende triatlon-trainingsvoer verveelt nooit, en in dat opzicht is triatlon zeker mentaal minder zwaar (want minder monotoon) dan het lange-afstandslopen. Anderzijds moet een triatleet misschien wel wat meer veil hebben voor zijn sport (want tijdsintensiever). Dit neemt niet weg dat zowel de (professionele) atleet als triatleet voor hun vak moeten ?leven? om er te komen. Het belangrijkste lijkt mij dat je voor iets kan ?gaan? waarvan je houdt; daarmee raak je waarschijnlijk het verste. En verder: ieder diertje zijn pleziertje. Atleten en triatleten moeten zeker niet alleen gelijkaardig trainen; ze delen zeker en vast ook de passie!

 

Bookmark and Share

 

naar boven


e-visible {new media solutions}