opmerkingen? print deze pagina search
home
10.09.2006 » Nazomer, deel 2: een toontje lager in Latem

Beste Vrienden,

Het was al geleden van afgelopen woensdag dat ik nog eens deelnam aan een wedstrijd, en ik heb het geweten. Langs de oevers van de Leie werd Pardaenske geringeloord door in eerste instantie twee klassebakken die gisteren nog maar, 600 km verderop, deelnamen aan de zwaarbezette wereldbekerwedstrijd van Hamburg. Belgisch kampioen kwart-triatlon Stijn Goris en Frederik Van Lierde gaven triatlonles, de rest stond erbij en keek ernaar.

Gelukkig was mijn lijdensweg niet te lang en zelfs de helft korter dan normaal: in het pittoreske Sint-Martens-Latem stond ter afwisseling een “sprint-triatlon” (1/8 triatlon) op de affiche. De organisatie van het plaatselijke Leie Triatlon Team (LTTL) brengt heelwat straf volk op de been, al was het maar omdat het misschien wel 3/4 van de Belgische triatlontop binnen zijn rangen heeft en/of van financiële en materiële steun voorziet. Voorzitter Christiaan Roels is dan ook een triatlonliefhebber in hart en nieren, en ik denk dat het Belgische triatlon alleen maar blij mag zijn dat er af en toe een dergelijke mecenas opduikt. Hij weet niet alleen de regionale en nationale pers te bespelen, ik heb vandaag ook de indruk overgehouden dat hij ook de inwoners van Latem warm kan maken voor het triatlon.

Ik ging naar ginder “voor de fun”, maar ik moet zeggen dat ik me al harder geamuseerd heb. Ook al was het resultaat echt niet zo belangrijk, ik beleef er toch het meeste plezier aan als ik de wedstrijd een beetje kan “maken”. Het stelt me telkens toch wel een beetje teleur wanneer er wat tegenslaat en/of mijn benen niet meewillen, waardoor ik me toch niet voor de volle 100% kan geven en ik de toppers niet eens het vuur aan de schenen kan leggen. In zekere zin is er dus wel een verband tussen mijn prestaties en het plezier dat ik aan een wedstrijd beleef. Het is echter eerder een onrechtstreeks dan een causaal verband, gewoonweg omdat ik net niet voldoende kan presteren als ik niet op mijn volle waarde kan strijden. Zoveel overschot aan klasse heb ik nu éénmaal niet in huis.

nieuws img
Schilderen in Latem: Karel weet er alles van.


Al van bij het startschot kon ik voorspellen dat ik het zou kunnen schudden. Vermits de (helft van de) Leie niet dermate breed is om 150 mannelijke én vrouwelijke (ocharme) haaien comfortabel naast elkaar te laten starten (cfr. de Zwintriatlon), belandde ik door omstandigheden op een tweede startlijn. Vermits ik geen zin had in een kaakslag of een hersenschudding door een voet van een voldoende van poten en oren voorziene concurrent als Koen Hoeyberghs of Bert Jammaer, vluchtte ik in laatste instantie nog naar een rustiger plekje tegen de oever van de Leie. Er was wel één nadeel: ik lag er achter één van de kajakkers die de orde moest bewaren. Hij bewaarde echter ook zijn plaatsje na het startschot. Ik mocht meteen een onvoorziene hindernis nemen, waardoor ik al helemaal in het startgevecht verwikkeld raakte. Voor het overige zwom ik heus niet zo slecht: ik stak nog heelwat zwemmers voorbij, maar wie in een sprint-triatlon met 30” achterstand vertrekt, mag het bijna op zijn buik schrijven. Eénmaal op de fiets had ik geen excuses meer: mijn benen herinnerden zich Knokke en waren gewoonweg niet bij machte om een nieuwe vuist te maken. Toen ik na 1 van de 3 fietsrondjes mijn vader hoorde roepen dat mijn achterstand op de koplopers zich reeds verdubbeld had van 1 naar 2’, had ik eigenlijk al meer zin om af te stappen dan om nog eens het laatste restje energie uit mijn lijf te persen. Vermits ik het eerste uit principe vertik, koos ik voor de gulden middenweg: de schijn (lees: het tempo) nog net hoog genoeg houden, en een wedstrijd waardig finishen. Zo liep de Rosse “Raket” (voor de zoveelste maal tussen aanhalingstekens dit seizoen) als negende over de streep.

Soit. Volgende keer beter. En er komt nog één keer dit jaar: volgende week hebben enkele lefgozers nog eens afgesproken in Mechelen. Stijn Goris zal er o.a. mogen afrekenen met Koen H. en Bert J., en hij mag erop rekenen dat ook Karel P. zijn beste been nog eens zal voorzetten. Niet dat ik me illusies maak. Stijn en Fré gingen er vandaag met hun fiets vandoor aan een gemiddelde snelheid van 44.0 km/u, zo verklapte de Belgische kampioen me na de wedstrijd: dat is niet iedereen “gegeven” (ook zij werken er natuurlijk hééééél hard voor). Het is nog straffer dat ze hiertoe in staat zijn slechts een dagje na een treffen met de wereldtop. Er mag dan nog zoiets bestaan als “ DOMS” (“delayed onset of muscle soreness”, het typische fenomeen dat spierpijn zich pas begint te manifesteren na 24 uur), waardoor velen het pas een tweetal dagen na de inspanning het moeilijkste krijgen. Dat neemt niet weg dat ikzelf toch ook wel met enige fierheid terugkijk op mijn jongste prestatie aan de kust. Voor zover mijn geheugen mij nog steeds niet in de steek laat, was het de eerste keer dat ik de “grens” (het lijkt wel een geluidsmuur!) van de 40 km/u overschreed met de fiets. Wat méér is: ik was erna nog in staat om de 10 km (die vermoedelijk nogal exact afgemeten was, gezien de omvang van de organisatie en de aard van het parcours – de zeedijk op en af) te lopen in 31’45”. Dit is geen zelfverheerlijking, dit is nuchtere analyse, en bevestiging van dat klein beetje progressie dat ik dit jaar nog reeds enkele malen heb ervaren. Het zijn de noodzakelijke strohalmen waaraan we ons op tijd moeten kunnen vastklampen.

Tot volgende week voor het laatste wapenfeit van 2006 op het Belgische triatlonfront,

Uw Karel


Links:
- Uitslag
- Foto’s op www.3athlon.be

 

Bookmark and Share

 

naar boven


e-visible {new media solutions}