opmerkingen? print deze pagina search
home
06.03.2004 » High prevalence of right ventricular involvement in endurance athletes with ventricular arrhythmias. Role of an electrophysiologic study in risk stratification.

In de reeks ?Sport is gezond? wil ik graag reclame maken voor mijn winkel: de sportfreaks onder u kunnen maar beter op geregelde tijdstippen eens afzakken naar mijn labo voor een maximale inspanningstest met ECG-registratie. Bij deze presenteer ik je dus graag een stukje cardiologie, waarin niemand minder een hand had dan Prof. Dr. Robert Fagard, die mij middels mijn doctoraat verwoede pogingen heeft getroost om mij ?de wetenschappelijke methode? bij te brengen.


Eur Heart J. 2003 Aug;24(16):1473-80.

High prevalence of right ventricular involvement in endurance athletes with ventricular arrhythmias. Role of an electrophysiologic study in risk stratification.

Heidbuchel H, Hoogsteen J, Fagard R, Vanhees L, Ector H, Willems R, Van Lierde J.
University Hospital Gasthuisberg, University of Leuven, Leuven, Belgium.


ABSTRACT



abstract img

BACKGROUND:
Electrocardiographic abnormalities and premature ventricular contractions are common in athletes and are generally benign. However, the specific outcome of high-level endurance athletes with frequent and complex ventricular arrhythmias is unclear. Also, information on the predictive accuracy of different investigations in this subgroup is unknown.

RESULTS:
We report on 46 high-level endurance athletes with ventricular arrhythmias (45 male; median age 31 years) followed-up for a median of 4.7 years. Eighty percent were cyclists. Hypertrophic cardiomyopathy or coronary abnormalities were present in < or =5%. Eighty percent of the arrhythmias had a left bundle branch morphology. Right ventricular (RV) arrhythmogenic involvement (based on a combination of multiple criteria) was manifest in 59% of the athletes, and suggestive in another 30%. Eighteen athletes developed a major arrhythmic event (sudden death in nine, all cyclists). They were significantly younger than those without event (median 23 years vs 38 years; P=0.01). Outcome could not be predicted by presenting symptoms, non-invasive arrhythmia evaluation or morphological findings at baseline. Only the induction of sustained ventricular tachycardia (VT) or ventricular fibrillation (VF) during invasive electrophysiological testing was significantly related to outcome (RR 3.4; P=0.02). Focal arrhythmias were associated with a better prognosis than those due to reentry (P=0.02) but the mechanism could be determined in only 22 (48%).

CONCLUSIONS:
Complex ventricular arrhythmias do not necessarily represent a benign finding in endurance athletes. An electrophysiological study is indicated for risk evaluation, both by defining inducibility and identifying the arrhythmogenic mechanism. Endurance athletes with arrhythmias have a high prevalence of right ventricular structural and/or arrhythmic involvement. Endurance sports seems to be related to the development and/or progression of the underlying arrhythmogenic substrate.


Hoewel de cardiale afwijkingen van de meeste sportbeoefenaars van benigne aard zijn, is er jammergenoeg ook een kleine minderheid die pathologische varianten vertoont.
abstract img
Op het electrocardiogram (ECG) manifesteert zich dit zich vaak onder de vorm van ritme- en geleidingsstoornissen.
Onder normale omstandigheden trekt de hartspier samen (en pompt het hart dus bloed rond) onder impuls van de sinusknoop. Dit is een hoopje cellen dat zich bovenaan in het hart bevindt, en op regelmatige tijdstippen ontlaadt. Deze elektrische prikkel, die geregistreerd wordt door een electrocardiograaf, verspreidt zich via zenuwbanen, eerst over de voorkamers (rechter- en linker-atrium), en vandaar naar de kamers (rechter- en linker-ventrikels). De zenuwbanen van het hart kunnen echter ziek worden. De voortgeleiding van de prikkel vertraagt, en ?geleidingsstoornissen? zijn dan het resultaat. Indien een prikkel ontstaat op een andere locatie in het hart dan in de sinusknoop, dan zal de regelmaat van de hartslag verstoord worden; in dit verband spreekt men dan van ?ritmestoornissen? of ?aritmie?n?. Typisch zijn de ?overslagen? die uitgaan van de ventrikels (?ventriculaire extrasystolen? of ?VES?).

Ventriculaire ritmestoornissen zijn op zich niet alarmerend tenzij ze vb. met meerdere kort achter elkaar komen (?complexe aritmie?n?) en/of toenemen bij toenemende belasting, zoals bij een graduele inspanningsproef: dit kan mogelijks ontaarden en, jawel, fataal aflopen. Eerlijkheidshalve moet gezegd dat een test in een inspanningslabo niet zaligmakend is: het zou niet de eerste atleet zijn die met een sterk vermoeden van ritmestoornissen aan mijn deur komt kloppen, maar waarbij de inspanningstest ?negatief? uitvalt. Omgekeerd kan het dus ook gebeuren dat pakweg een renner of een marathonloper plots neervalt (of een voetballer zoals Benfica-speler Feher eind januari), zonder voorafgaande symptomen of aangetoonde ECG-afwijkingen.

Waarmee ik nu ook weer niet wil beweren dat je die afspraak op ons labo maar meteen moet annuleren...!abstract img Onderzoek wijst uit dat de ?motor? van vele atleten dikwijls niet zo knap is als hun carosserie suggereert. Bovenstaande studie toont aan dat complexe ventriculaire aritmie?n maar beter verder kunnen onderzocht worden, vb. door middel van een zogenaamde electrophysiologische studie. D.m.v. een fijn draadje, een ?catheter?, dat men via een perifeer bloedvat tot in het hart foefelt, kan men maligne ritmestoornissen proberen uit te lokken. Lukt dat, dan is toch enige voorzichtigheid geboden, zo blijkt (cfr. abstract). Het voorspellen van plotse dood in de sport, sinds decennia een grote uitdaging voor cardiologen, wordt misschien ooit wel eens bewaarheid. De onderzoekers van bovenstaande studie doen zelfs een gooi naar mogelijke mechanismen. De auteurs stellen zich de vraag of de beoefening van uithoudingssporten de progressie of zelfs de ontwikkeling van de onderliggende mechanismen niet in de hand werkt.

Het is echter wat bekendstaat als ?het dilemma van de jogger?. Eerder onderzoek suggereert enerzijds dat het relatieve risico om in je zetel te sterven kleiner is dan tijdens zware fysieke activiteit. De aanbeveling van offici?le instanties zoals de ACSM om bij intensieve sportbeoefenaars een uitgebreider medisch onderzoek te laten geschieden, komt dus niet uit de lucht gevallen. Anderzijds moet een mens ook verder leren kijken dan zijn neus lang is: het is ondertussen ook onomstotelijk en tot vervelenstoe aangetoond dat je niet alleen sneller verslijt als je je leven in de zetel slijt, maar ook dat de gezondheidsvoordelen van regelmatige sportbeoefening op termijn legio zijn. De beelden van de Benfica-speler die op 25 januari j.l. neerzeeg onder de ogen van 30.000 voetbalfans gingen de wereld rond. De pers geeft maar al te graag gevolg aan de senstatiezucht van de man in de straat (verkoopscijfers zullen daar niet vies aan zijn), maar zetten daarmee de burger jammergenoeg op het verkeerde been (zie ook ?No brain no gain?, d.d. 31-01-2004).

Het vermoeden ? het is lang geen bewijs! ? van bovenstaande auteurs dat uithoudingstraining het ontstaan van hartritmestoornissen bevordert, hoeft niet tegenstrijdig te zijn met ?het dilemma van de jogger?. Als we voortgaan op dit vermoeden zouden zelfs uithoudingssporten, zoals joggen, dus inderdaad niet alleen t?jdens het uitvoeren van de activiteit (korte termijn), maar ook op langere termijn verhoogde gezondheidsrisico?s met zich kunnen meebrengen... Bij een uiterst marginale groep van mensen wellicht! We mogen immers niet uit het oog verliezen dat het aantal van dit soort uitzonderlijke wetenschappelijke publicaties dat de regel bevestigt, verbleekt bij de karrenvrachten literatuur die getuigen van een substantieel lagere incidentie van hart- en vaatziekten (claudicatio, hartinfarcten, hypertensie, hartfalen, CVA), diabetes, lage rugpijn, en zelfs alle vormen van kanker bij geregelde lichaamsbeweging. En, tenslotte, hebben we ons lot jammergenoeg (nog) niet in de hand: we komen ter wereld met een voorafbepaalde genetische make-up, die ervoor zorgt dat ik ros haar heb, jij schoenmaat 46, hij/zij nationaal kampioen vogelpik of bloemschikken kan worden, en nog anderen ritmestoornissen zullen ontwikkelen ondanks matige sportbeoefening volgens het wetenschappelijke boekje.

Wereldrecords worden niet gebroken door alleen maar keihard trainen (en soms ook m??r rusten dan je lief is), maar ook een minimale dosis talent is onontbeerlijk om er te komen. En of iemand al dan niet voor de stiel geschikt is hangt niet alleen af van de sterkte van zijn of haar botten of spieren, maar al evenzeer van alle andere lichaamsdelen. Fysiek ?talent? is overigens een begrip dat zeer breed ge?nterpreteerd moet worden. Er moet voor ogen gehouden worden dat het hele lichaam mee-traint. Tijdens fysieke inspanning wordt de ?functionele reserve? van alle organen (incl. ingewanden, zoals lever en pancreas) en orgaansystemen (vb. zenuw- en endocrien stelsel) op de proef gesteld, en het is zoals altijd de zwakste schakel die het uiteindelijke prestatievermogen bepaalt.

 

Bookmark and Share

 

naar boven


e-visible {new media solutions}