opmerkingen? print deze pagina search
home
15.12.2003 » Physical and Physiological Factors Associated with Success in Professional Alpine Skiing


Met de kerstvakantie voor de deur liggen eventuele skivakanties bij de meesten onder jullie allicht reeds vast. Misschien zijn het zelfs vijgen na Pasen voor een nog ietofwat deftige voorbereiding als je volgende week reeds de koffers pakt. Maar ?beter laat dan nooit? wil het spreekwoord, en lees dus toch nog maar snel het volgende abstractje...







Physiology & Biochemistry
Int J Sports Med 2003; 571-575


Physical and Physiological Factors Associated with Success in Professional Alpine Skiing

G. Neumayr1, H. Hoertnagl1, R. Pfister1, A. Koller1,
G. Eibl2, E. Raas1

1Institute of Sports Medicine and Cardiovascular Medicine, University Clinics of Innsbruck, Austria
2Department of Biostatistics, University of Innsbruck, Austria

ABSTRACT




Scientific data on the physiological profile of world class skiers are sparse. During the last decade the Austria Ski Team was the most successful in the world. It was the objective of this study to describe the physical and physiological characteristics of World Cup (WC) skiers. Twenty female and 28 male members of the Austrian WC Ski Team were examined pre- and post-seasonally from 1997 to 2000. Physical parameters such as age, height, body mass, body mass index, percent body fat and thigh circumference were recorded from each athlete. The physiological variables investigated consisted in the aerobic power and in the muscle strength of the lower limbs. Racing performance was defined by the WC ranking position. The athlete?s aerobic performance capacity was assessed by maximal exercise testing on a bicycle ergometer, and the isokinetic muscle strength of the knee extensor and flexor muscles by the use of a computer-interfaced dynamometer. From 1997 to 2000 about half (48 %; n = 106) of all alpine WC racing events (n = 221) were won by the athletes investigated. The typical world class skier is in the mid-twenties (25.2 y [women]; 27.6 y [men]). The mean values for height were 1.66 m (women) vs. 1.81 m (men), for body mass 65.1 kg (f) vs. 87 kg (men) and for the percentage of body fat 24.5 % (women) vs. 15.8 % (men). The maximum power output was 4.3 ? 0.4 (women) and 4.7 ? 0.4 W/kg (men), the corresponding values for V?O2max were 55 ? 3.5 (women) and 60 ? 4.7 ml/kg/min (men). The maximal values for peak torque and work for knee extension amounted to 206 ? 21 (women) and 334 ? 43 Nm (men), and 2690 ? 364 (women) and 4414 ? 629 J (men), respectively. In both sexes there were neither significant laterality nor dysbalance. The hamstring/quadriceps ratios were between 0.57 - 0.60. Among all physical and physiological variables, only the aerobic power in males was found to be strongly correlated (r = 0.947; p = 0.001 for Wmax; r = 0.964; p < 0.001 for V?O2max) to racing performance. The study proves the practical experience that success in professional alpine skiing is not related to single physiological variables. Two main factors, however, are crucial, i. e. high levels of aerobic power and muscle strength.



Elk jaar doen dezelfde indianenverhalen weer de ronde: skigang(st)ers die slechts 1 maal per jaar de benen willen strekken en dan met een dubieuze, of beter gezegd gewoon geen voorbereiding op de latten springen en de skipiste onveilig maken. Met een fysieke conditie van ver onder het nulpunt trotseren ze de sneeuw, om dan zo snel mogelijk op kosten van de verzekeringsmaatschappij met de helicopter naar het dichtsbijzijnde hospitaal of zelfs naar het vaderland te mogen vliegen. Ja, je moet je toch maar naar beneden laten glijden op zo?n stel latten: moet je daar dan voor getraind zijn? Is enige lichamelijke voorbereiding echt nastrevenswaardig? Zo ja, dient die dan eerder te bestaan uit het optimaliseren van de ?fitness? of van de ?fatness?? Gezien het postieve effect van de zwaartekracht op de snelheid van het dalen, lijkt een sedentaire levensstijl met een vetrijke voeding de ideale voorbereidingstactiek om het te maken in de skigebieden. Zo?n speklaagje heeft bovendien een uitstekend isolerend effect tegen de wintervlagen waarmee je op grote hoogtes al eens geconfronteerd kan worden.

En toch... recent onderzoek suggereert nu toch dat enige cardiorespiratoire en musculaire fitness ook niet uit den boze is. Uit het bovenstaande abstract blijkt alvast dat de wereldtop uit het ski?n een uitmuntend uithoudingsvermogen (VO2max) en dito spierkracht vertoont. Hoewel de skihelden als Hermann ?The Herminator? Maier en de vroegere ?Tomba La Bomba? doorgaans slechts een minuutje na het startsein reeds beneden staan te glunderen, blijken zij toch baat te vinden bij enkele atletische eigenschappen. De gelegenheidsski?rs onder ons kunnen dus wellicht iets opsteken van de geroutineerde toppers. Dat een beetje beenspierkracht van pas kan komen bij de co?rdinatie der latten, spreekt immers voor zich. De waarde van een geoefend uithoudingsvermogen ligt misschien minder voor de hand, maar competitieski?rs doen er toch om meerdere redenen hun voordeel mee: (1) een deel van de energielevering tijdens de wedstrijd geschiedt op aerobe basis; (2) het laat de ski?rs toe om beter te recupereren van de afdalingen die elkaar snel opvolgen tijdens training en in wedstrijdverband; (3) het stelt hen in staat om de stress van een 5-maandenlange competitie te verdragen. Voor de occasionele wintersportfanaat liggen de kaarten natuurlijk gedeeltelijk anders. Baat het de skiprestaties echter niet, het schaadt de apr?s-skiprestaties zeker niet. Skivakanties houden immers niet op aan het einde van de skipiste: na de korte afdaling volgt er doorgaans nog een urenlange nacht.

 

Bookmark and Share

 

naar boven


e-visible {new media solutions}